Slaapregressie bij baby’s en kinderen
Signaleren, begrijpen en rustig doorheen komen
Slaapt je baby of kind ineens slechter dan normaal? Wordt hij vaker wakker, doet hij korte dutjes of lijkt het bedritueel ineens niet meer te werken? Grote kans dat je te maken hebt met een slaapregressie.
Een slaapregressie is geen stap achteruit, ook al voelt het soms wel zo. Het is meestal een teken dat je kindje zich ontwikkelt. Nieuwe vaardigheden, meer bewustzijn en mentale groei kunnen tijdelijk invloed hebben op het slaappatroon. Vermoeiend, ja. Abnormaal, nee.
In dit artikel lees je:
wat slaapregressie precies is
wanneer slaapregressies vaak voorkomen
hoe je ze herkent
wat je wél kunt doen (zonder jezelf vast te zetten in nieuwe gewoontes)
Wat is een slaapregressie?
Een slaapregressie is een periode waarin een baby of kind ineens slechter slaapt dan hij gewend is. Denk aan vaker wakker worden ’s nachts, moeite met inslapen of korte dutjes overdag. Deze fase is meestal tijdelijk en hangt vaak samen met een grote ontwikkelingssprong.
Sommige ouders noemen het liever geen regressie maar een “slaapprogressie”. Dat klinkt een stuk vriendelijker en eerlijk gezegd klopt dat ook beter. Er gebeurt iets groots in het hoofd en lijf van je kind, en slapen moet zich daar even op aanpassen.
Wanneer komt een slaapregressie voor?
Slaapregressies komen vaak voor rond vaste leeftijden, maar elk kind is uniek. De timing kan dus iets verschillen.
Veelvoorkomende momenten zijn:
rond 4 maanden
rond 6 maanden
rond 8 maanden
rond 12 maanden (1 jaar)
rond 18 maanden
rond 2 jaar (24 maanden)
soms ook rond 3 jaar
Niet elk kind krijgt elke slaapregressie. En soms gaan fases bijna ongemerkt voorbij, soms voel je ze tot in je botten.
Slaapregressie per leeftijd
Slaapregressie 4 maanden
Rond 4 maanden verandert de slaapstructuur van je baby. Dat merk je vaak direct. Nachtelijke ontwakingen nemen toe en dutjes worden korter.
Wat je kunt doen:
houd vast aan een vast en rustig bedritueel
zorg voor voorspelbaarheid in wakkertijden
oefen nieuwe vaardigheden overdag, niet ’s nachts
Slaapregressie 6 maanden
Je baby wordt alerter, rolt misschien om en raakt sneller afgeleid. Slapen is niet meer het enige interessante in het leven.
Wat helpt:
voldoende slaap overdag om oververmoeidheid te voorkomen
dutjes op een vaste plek
kalm reageren bij nachtelijk wakker worden
Slaapregressie 8 maanden
Deze fase valt vaak samen met kruipen, zitten of staan. Ook verlatingsangst kan langzaam beginnen.
Wat helpt:
een vertrouwde slaapomgeving
voorspelbaar reageren bij wakker worden
extra nabijheid zonder nieuwe slaapgewoontes aan te leren
Slaapregressie 12 maanden
Rond 1 jaar gebeurt er veel tegelijk: lopen, praten, een eigen wil ontwikkelen. Slapen kan daardoor onrustiger worden.
Wat helpt:
blijf vasthouden aan het bestaande ritme
wees consequent in je aanpak
accepteer dat dit een fase is, geen nieuw normaal
Slaapregressie 18 maanden
Verlatingsangst speelt hier vaak een grote rol. Je kind begrijpt dat jij weg kunt gaan en vindt dat idee ’s nachts extra spannend.
Wat helpt:
een kalm, voorspelbaar bedritueel
kort geruststellen zonder langdurige interactie
werken met vertrouwen en herhaling
Slaapregressie 2 jaar
De beruchte peuterfase. Meer taal, meer mening, meer grenzen testen. Ook ’s nachts.
Wat helpt:
duidelijke structuur en vaste routines
consequent reageren op nachtelijk wakker worden
overdag voldoende beweging en uitdaging
Slaapregressie 3 jaar
Bij 3 jaar spelen fantasie, angsten en grenzen testen vaak een grote rol. Ook kan het middagdutje ineens invloed krijgen op de nachtrust.
Wat helpt:
een kort en rustig bedritueel
duidelijkheid en voorspelbaarheid
kritisch kijken of een dutje nog passend is
Hoe herken je een slaapregressie?
Veelvoorkomende signalen zijn:
moeilijker inslapen
vaker wakker worden ’s nachts
kortere dutjes overdag
meer huilen of hangerig gedrag
een slaapritme dat ineens niet meer lijkt te kloppen
Twijfel je of het om een slaapregressie gaat? Sluit altijd eerst ziekte, pijn of andere fysieke klachten uit.
Wat kun je doen tijdens een slaapregressie?
Blijf bij de basis
Juist in onrustige periodes is voorspelbaarheid belangrijk. Houd vast aan het bedritueel en het ritme dat je al had.
Voorkom nieuwe slaapassociaties
Het is verleidelijk om alles uit de kast te trekken als je kind slecht slaapt. Extra wiegen, voeden of erbij blijven kan op korte termijn helpen, maar kan ook nieuwe afhankelijkheden creëren. Troost mag, alleen liever zonder nieuwe vaste “hulpmiddelen”.
Help bij ontwikkeling overdag
Oefent je kind ’s nachts nieuwe vaardigheden? Geef daar overdag extra ruimte voor. Dat kan de onrust ’s nachts verminderen.
Wees mild voor jezelf
Een slaapregressie is intens. Slecht slapen doet iets met je geduld, emoties en energie. Dit is geen falen, dit is ouderschap in real life.
Hoe lang duurt een slaapregressie?
Dat verschilt per kind en per fase. Soms duurt het een paar dagen, soms een paar weken. Door rustig en consequent te blijven, help je je kind om sneller weer zijn ritme terug te vinden.
Blijft slapen structureel moeizaam of voelt het alsof jullie vastzitten in een patroon? Dan kan begeleiding veel rust en helderheid geven.

